Partijprogramma’s over de wooncrisis
Op 18 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Wat valt op bij het lezen van de verkiezingsprogramma’s over wonen?
Met dank aan Jonneke Bekkenkamp en Janhuib Blans
Ongelijkheidsontkenning
In alle programma's staat de aanpak van de wooncrisis hoog op de agenda. Alle partijen signaleren ook dezelfde problemen: woningtekort, onbetaalbaarheid, achterstallig onderhoud, nieuwbouw met onvoldoende voorzieningen en dakloosheid. Over de groeiende ongelijkheid tussen huurders en kopers blijft het opvallend stil, terwijl deze ongelijkheid een direct gevolg is van politieke keuzes.
Met de opname van de WOZ-waarde in het puntenstelsel zijn de huren explosief gestegen. Waar eigenaren profiteren van de hypotheekrenteaftrek en de stijgende WOZ-waarde van hun huis, betalen huurders hogere huren en financieren zij de hypotheekrenteaftrek met hun belastingen. Dat de sociale huur een sociale voorziening is die grotendeels wordt gesubsidieerd is een hardnekkig misverstand. Vooral eigendom wordt gesubsidieerd.
Dat huurders van woningcorporaties met een midden of hoger inkomen met de invoering van inkomensafhankelijke huurverhogingen steeds hogere huren krijgen, wordt door geen enkele partij geproblematiseerd. Wat in feite een extra inkomstenbelasting voor deze groep huurders is, wordt gerechtvaardigd als een middel om ze te laten doorstromen. Wonen niet als recht, maar als loopbaan: van sociale huur naar middenhuur, naar vrije huur en uiteindelijk koop — van starterswoning naar steeds groter, om later weer kleiner te gaan wonen.
Gebrekkig inzicht in de oorzaak van de wooncrisis
Er is weinig reflectie op de oorzaken van de wooncrisis. Als er wat over gezegd wordt dan gaat het vooral over te grote marktwerking en over afbraak van de Volkshuisvesting. Geen enkele partij noemt één van de belangrijkste oorzaken van de crisis: de steeds ruimere hypotheekverstrekkingen waar banken zich mee verrijken. ‘Banken zijn de grootste drijvers achter de wooncrisis' (Thomas Bollen en Carlijn Kingma).
Verdere afbraak van de Volkshuisvesting
De programma’s richten zich vooral op bouwen, doorstroming, actieve grondpolitiek en de aanpak van leegstand. Allemaal bedoeld als oplossingen voor de huidige wooncrisis. Maar er zijn weinig voorstellen voor een concreet herstel en bescherming van de volkshuisvesting. Slechts vier partijen zijn zonder meer voor een stop op de verkoop van sociale huurwoningen (SP, BIJ1, VONK en PvdD).
Een enkele partij pleit voor verhoging van de in 2011 ingevoerde inkomensgrens voor sociale huurwoningen. Het stimuleren van huurders die meer gaan verdienen om door te stromen bevordert segregatie. Toch is er geen enkele partij voor het terugdraaien of zelfs maar afschaffen van de inkomensafhankelijke huurverhogingen.
VONK bepleit een versnelde afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. De PvdA pleit voor een geleidelijke afschaffing. Meer partijen doen dat in hun landelijke programma’s. Dat remt wel de groei van de ongelijkheid tussen huurders en kopers, maar stopt die groei voorlopig niet.
Vrijwel alle partijen zijn voor het stimuleren van nieuwe woonvormen, zoals wooncoöperaties. Over democratisering van de woningcorporaties staat echter in geen enkel programma een woord.
Gesignaleerde problemen
Welke problemen worden door de partijen gesignaleerd?
Woningtekort
GL, CDA, D66, PvdA, VVD, SP, VOLT, BIJ1, PvdD, DENK, PP (12 partijen)
Onbetaalbaarheid
GL, CDA, D66, PvdA, VVD, SP, VOLT, BIJ1, PvdD, DENK, PP (12 partijen)
Achterstallig onderhoud
CDA, D66, PvdA, SP, VOLT, GL, DENK (7 partijen)
Onvoldoende voorzieningen
PvdA, VVD, VOLT, BIJ1, PvdD, D66 (6 partijen)
Dakloosheid
PvdA, SP, VOLT, D66, GL, DENK, VONK (7 partijen)
Genoemde oorzaken
Wat zeggen partijen over de oorzaken van de wooncrisis?
- Wonen als verdienmodel/falende markt/speculatie - GL, PvdA, SP, D66, DENK, VONK, PP (7 partijen)
- Afbraak van de Volkshuisvesting - GL, PvdA, SP, VONK (4 partijen)
- Fiscale regels die in het voordeel zijn van het geld - PvdA, GL, VONK (3 partijen)
- Jarenlange verkeerde politieke keuzes - PvdD, VONK (2 partijen)
- (Stijgende) erfpacht - CDA, VVD (2 partijen)
- Vennootschapsbelasting voor woningcorporaties - PvdA, VOLT (2 partijen)
- Te zwaar meetellen van WOZ waarde in de huurprijs - PvdA (1 partij)
- Toerisme dat de prijzen opdrijft - GL (1 partij)
- Kostendelersnorm - PvdA (1 partij)
Woonverdeling nieuwbouw
Gewenste percentages voor sociale huur, middenhuur en vrije sector:
- BIJ1: Minstens 50% sociale huur
- PvdD en SP: Minstens 40% sociale huur
- PvdA en GL: 40-40-20
- VOLT: 40-40-20 (maar tijdelijk is 30-40-30 ook goed)
- D66: 30-40-30
- CDA: 30-40-30 (flexibel, en middelduur mag ook middeldure koop zijn)
- VVD: Loslaten van bouwpercentages
- PP: Streefcijfer per buurt: 65% sociale huur, 25% middenhuur door corporaties en coöperaties, 10% vrije huur of verkoop
Hoogte van middenhuur
Voorgestelde maximale huurprijzen voor 'middenhuur':
- PvdD: Maximaal €1.000
- PvdA: Maximaal €1.200
- D66: Maximaal €1.300
Goede ideeën vanuit huurdersperspectief
- Bij optopping installeren van liften zodat ook 'bestaande' huurders de vruchten kunnen plukken van uitbreiding (PvdA)
- Woningruil in de sociale sector makkelijker maken (PvdA)
- Vasthouden aan erfpacht: waardestijging van de grond moet ten goede komen aan iedereen (PvdA)
- Beheerscoöperaties waarbij het pand in bezit blijft van de woningcorporatie en huurders de beheerstaken overnemen (VOLT)
- Maximering van sociale huur op €800 (SP)
- Invoering tweede huis tax (SP)
- Verbod op huisuitzettingen op grond van betalingsachterstand (PvdD)
- Afschaffing van tijdelijke huurcontracten (VONK)
- Behandel eigenwoningbezit en huren als gelijkwaardig (VONK)
Verdoezelend taalgebruik
In algemene termen spreken over woningen, de woningvoorraad en bewoners als sociale huurwoningen en huurders bedoeld zijn.
In algemene termen spreken over doorstroming wanneer specifiek wordt gedoeld op doorstroming vanuit de sociale huur, vaak gericht op huurders met een hoger dan minimum inkomen.
Spreken over scheefwonen wanneer dit uitsluitend betrekking heeft op huurders, en niet op huurders in de vrije sector of op eigenaar-bewoners.
Spreken over betaalbaarheid enkel in relatie tot inkomens, en niet in relatie tot winstmarges.
Spreken over de markt alsof het gaat om een vrije markt.